Naar inhoud

De regels

Spelers

Schaken is een spel dat gespeeld wordt op een bord, tussen twee spelers: de witspeler en de zwartspeler, of kortweg: wit en zwart. De witspeler speelt met witte stukken, en de zwartspeler met zwarte (of soms: donkerbruine) stukken. Wit doet altijd de eerste zet.

Meestal wordt er geloot om te bepalen wie met wit speelt en wie met zwart. Je kan bijvoorbeeld een witte pion n de ene vuist nemen en een zwarte pion in de andere, zonder dat je tegenstander kan zien welke pion waar zit. Vervolgens laat je je tegenstander een vuist aanwijzen, en hij of zij speelt dan met de kleur van de pion die daar in zat.

Als je daarna nog een partij speelt tegen dezelfde tegenstander, dan speel je allebei juist met de andere kleur.

Gaan en slaan

Van elk stuk zullen we nog precies aangeven hoe je ermee kunt bewegen of "zetten", maar we kunnen nu al wat algemene dingen vertellen. Om te beginnen moet je bij het zetten altijd op het bord blijven (je mag er dus niet vanaf springen), maar dat lijkt me nogal logisch...

Verder mogen stukken nooit over andere stukken heen springen, met één uitzondering: het paard mag wel over de eigen stukken en die van de tegenstander heen springen. Als je aan de beurt bent, dan moet je zetten; je mag dus niet "passen". Slaan is daarentegen niet verplicht (behalve als je schaak staat en je kunt dat schaak alleen maar beeindigen door het aanvallende stuk te slaan). Dit is bij schaken dus anders dan bij dammen.

Je mag alleen de stukken van je tegenstander slaan, dus niet die van jezelf!

En hoe gaat dat slaan in zijn werk? Wel, je verwijdert het stuk van je tegenstander van het bord, en je zet je eigen stuk (waarmee je slaat) op het veld waar eerst het geslagen stuk stond van je tegenstander. Je mag dus niet "doorlopen" of zo.

Aanraken is zetten

Nog een laatste regel waar vooral beginners wel eens moeite mee hebben: "aanraken is zetten". Als je een stuk aanraakt, dan moet je daarmee een zet doen, behalve als je vooraf hebt aangegeven dat je het alleen maar even wilt rechtzetten.

Schakers gebruiken daarvoor vaak de uitdrukking "J'adoube", maar je kan ook gewoon zeggen: "Ik zet recht", zolang je het maar vooraf doet... Nadenken doe je dus met je hersens, en niet met je handen! :-)