Naar inhoud

20-12-2012NIC R6: Leuven Centraal 1 - Eisden/MSK-Dilsen

Ik ben hier weer aan een verslagje toe. Ik las over het vorig verslag dat er werd gehoopt dat de eerste ploeg zou blijven winnen, zodat ik er het verslag van zou blijven maken. Dit is ergens wel zeker een opsteker, maar het gaat ook wel een beetje voorbij aan het punt dat niets beters is dan een potje drama om te beginnen schrijven! De Titanic was al erg bekend op de 14de  april 1912 maar nog meer op de 15de. Niet dat ik onze eerste ploeg wil vergelijken met een zinkend schip natuurlijk. Daarvoor drijven we nog te hoog in het klassement en … welke vergelijking moeten we dan bedenken voor sommige andere ploegen uit het Leuvense… het zou niet meer beleefd zijn.
We vertrekken vandaag dus vanuit een drama; één winst en drie remises op 8.

Bord 1: Geert Leunis (2326) – Driessens Patrick (2343)
Geert nam zondag met wit het eerste bord in. Het is toch wel vaak spektakel dan. Nu had Geert een stuk geofferd om de jacht te openen op de zwarte koning. De koning bleef wel enigszins veilig achter een paar zwarte centrumpionnen, maar zat hopeloos in de weg van de zwarte stukken, die daardoor op een hoopje bleven zitten ergens op de onderste rijen.
Ondertussen kon Geert langs de diagonalen onfatsoenlijke schaakjes geven. Misschien kon hij zelfs een tweede stukoffer voorbereiden om de zwarte koning vrijelijk in het open veld achterna te kunnen jagen als een uit de kwekerij losgelaten fazant, die nog niet heeft begrepen dat straks van hem zal gezegd worden dat hij dus toch een wild dier is. Een paar knallen later wel natuurlijk. Zwart zat overigens ook niet zonder trucjes in de mouwen. Bij Geert bleef een paard aangevallen door een pion en het gaat niet zozeer om dat paard, maar vooral om het tempo dat Geert ergens in de aanval moest inrekenen om het paard weg te krijgen. Daarnaast was er de grap dat als Geert de koning schaak gaf op een diagonaal, de koning de diagonaal dan ontruimde en daardoor de geblokkeerde loper erachter vrijmaakte, die op zijn beurt de aanvaller aanviel. Verwarrend, iedereen viel iedereen aan daar op dat bord! Dus ja, een hoop stekels in de zwarte verdediging en de witte aanval liep erop stuk met veel materiaalachterstand in de eindfase. Geert apprecieerde het spel van zijn tegenstander, los van het resultaat.

Bord 2: Nabuurs Joep (2215) - Roel Goossens (2146)
Ik verschoot een beetje van het resultaat van de partij bij Roel. Ik ben pas beginnen volgen toen er al een eindspel was.
Ik had sterk de indruk dat Roel minstens remise op zak had; hij stond een kwal achter, maar had wel een vuige verre vrijpion en een belachelijk sterk loperpaar in compensatie. Enfin, op zijn Roels hé, hij houdt solied het tweede of het derde bord en heb hem nog niet zien afgaan dat ik weet.
Bleek dat de tegenstander toch zijn paarden net op tijd in blokkadesituaties kon manoeuvreren en het materiaalvoordeel te gelde kon maken! Volgens mij heeft die daar toch staan zweten hoor, maar ja, niets aan te doen, de tweede nul was een feit voor onze ploeg. Als zijn tegenstander de blokkade op voorhand heeft gezien, dan heeft hij wel een mooi plan bedacht. Ik stel voor dat iedereen die Roel volgende vrijdag ziet, hem vraagt waarom hij heeft verloren.

Bord 3: Eddy Vanespen (2127) – Simenon Jozef (2202)
Bij Eddy hadden we de eerste Benkö-gambiet (ook op het laatste bord werd de opening gespeeld). Het mag gezegd worden: de tegenstander van Eddy wist het wel aan te pakken en het pionoffer werd met de zetten meer en meer omgebouwd in een razend initiatief. De stelling van Eddy ‘went on in flames’.
Zijn tegenstander had de kasteelmuren ingenomen en de gevechten verdergezet op het binnenplein.
Eddy verweerde zich hevig en smeet vanuit het veilige raam dat een schakersoog nu eenmaal over het tafereel biedt, de bisschoppen, de knollen en de kasteelvrouw naar beneden om de oprukkende zwarte stukken te trotseren.
En het werd alsmaar bitsiger toen Eddy de balans van de strijd in zijn voordeel begon te laten uitdraaien, temeer dat nu een zwakte van gambieten naar boven komt; als je op jacht bent gegaan en je hebt niet minstens een konijn gevangen, wel, dan ga je eraan.
Van wat ik van de partij zag, heb ik de indruk dat Eddy dus gewoon een pion voorstond nu.
De laatste vijandelijke stukken werden teruggedreven, Eddy joeg ze nog de trappen af en toen, ja ... gleed Eddy uit en brak zijn nek.
Eerst gaf hij een centrumpion af en vervolgens presteerde hij het om over zijn volgende zet te blijven denken totdat hij pardoes door zijn klok ging en er zelf nog hevig om verschoot ook nog. Ah ja, dat was namelijk zijn laatste anderhalve minuut die hij gewoon rustig tot nul had laten afglijden zonder het te beseffen.
Een paar fronzen aan zijn voorhoofd later, was de realiteit tot hem doorgedrongen en vulde hij zijn notatieformulier aan met de pijnlijke score.
Jammer dat Eddy's verdediglust niet werd beloond, maar ja, als je even niet oplet, keihard dat spel.

Bord 4:  Mengerik Ynze (2174) - Arnaud Aglave (2106)
Ikzelf deed iets dat een beetje raar kan lijken: een remisevoorstel op zet 12! Nu, ik ga niet toestaan dat dit zou gelinkt worden aan een gebrek aan vechtlust op die dag (probeer eens!). Hoe kon ik nu weten dat hij dat ging aanvaarden? Akkoord, het klinkt absurd, misschien is het ook absurd, maar op een bepaald moment zit je met zwart in een stelling die je gelijk inschat, maar waarin je zelf niets kunt doen om op winst te spelen. Mijn tegenstander leek ook niet meteen op winst te mogen spelen. Als ik een actief plan speelde, promoveerde ik meteen ook zijn loper tot de adelstand en als hij te diep in de kan wou kijken, had ik de deksel al klaar staan.
Stiekem verhoopte ik dat hij de stelling zou forceren nadat hij de remise zou weigeren. Al bij al had hij wit, op zet 12, er is niets aan de hand op het bord en hij heeft 70 punten meer. Op zo’n moment mag je wel niet hopen dat hij remise aanvaardt natuurlijk, want als hij weigert, dan zit je zelf psychologisch achter. Ik verhoopte gewoon dat hij minstens tijd zou verknoeien aan mijn voorstel. Hij was goed op weg, want hij dacht en dacht en ja, dacht en dan … ging hij achterover leunen. Nee! Niet achterover leunen! (de kans dat ze dan het remisevoorstel aanvaarden stijgt exponentieel). Ja, laps, hij steekt zijn hand uit. Bwa, ook goed dan. ’t Heeft iets van de blunder van de barmhartige Samaritaan; de heilige sneed zijn mantel met één houw van zijn zwaard om een arme stakker van de koude te behoeden … en toen hadden ze het allebei koud. We hebben dan wel snel samen de herberg bezocht en de waard laten aandraven met koud gerstenat. Iedereen tevreden op het einde. Beter dan het verhaal van de Samaritaan denk ik.

Bord 5: Steff Helsen (2103) – Miesen Fabian (2121)
Bij Steff heb ik niet heel veel kunnen zien. Ik weet wel dat hij op een gegeven ogenblik remise heeft geweigerd, goed bedoelend voor de ploeg, totdat bleek dat die remise ons misschien wel een 4-4 kon bezorgen. Jonas leek enkel te kunnen winnen, Eddy was na een potje afzien eindelijk doorheen de kwelmolen en leek nu zelf op winst te mogen spelen, Jan stond simpel gewonnen en ik had al een remise binnen. Nu, dat liedje heeft niet lang gedraaid en na een uurtje extra spelen, bleek dat enkel een winst van Steff ons nog zou redden. Na nog een uurtje spelen, mocht Steff zelf kiezen wat hij deed, want Eddy had tegen dan zijn partij verloren en de match zat er voor ons al op. Tegen dan moest Steff wel  “krabben voor een remise”, maar geen probleem blijkbaar: Steff hield een moeilijke stelling overeind en maakte als laatste van de ploeg een late remise. Eigenlijk heeft Steff het resultaat van de partij wat staan uitstellen om en beter zicht te hebben over de andere resultaten en dat kan de ploegkapitein enkel goedkeuren (ik twijfel eraan of we er wel één hebben eigenlijk).   

Bord 6 De Cauter Wolfgang (1997) – Jonas Verheyden (2043)
Bij onze Jonas was het ook al een affaire. Ik denk dat Jonas een blunder heeft begaan; hij heeft het toegestaan dat hij zelf een pion voorstond in een eindspel! Totaal onnodig voor onze Jonas. Ik hoorde zondag een leuke uitdrukking trouwens; “zijn tegenstander debiel spelen”. Dat is wat Jonas net altijd zo goed doet; in een gelijk eindspel blijven doorpesten (en ik heb mijn woorden gewikt) totdat zijn tegenstander randdebiel wordt en het verprutst! Het paardeneindspel met pluspion eindigde in een remise. Jammer is het zeker want eigenlijk heeft zijn tegenstander een partij lang de feiten mogen ondergaan. Ongebruikelijk, maar hier geef ik een leuke link die op 1 minuut en 20 seconden beter dan een miljoen woorden beschrijft wat er in deze partij is gebeurd (Jonas heeft het ook mogen afdruipen op die manier, hihihi): http://www.youtube.com/watch?v=Wxv9yyyUMng

Bord 7 Jan Londers (1894) – Willen Ronny (1846)
Jan was onze eerste invaller van dienst, Willem sloot af op het laatste bord.
Bij Jan heb ik wel de opening gemist. En ook het middenspel. Wacht, eigenlijk ook het eindspel. Mmmhh, er blijft niet veel over … de eindstelling dan maar! Wel, dat was gewoon proper gespeeld. Jan had een pluspion, loper tegen paard en dat heeft hij rustig laten uitbollen in een randpion met de goede hoekloper. Ja zeg, Jan, saai hé, wat moet ik hier nu op zeggen Jan! Onze invaller Jan heeft in ieder geval de buit binnengehaald en ook meteen de enige winstpartij van de ploeg. Proficiat!

Bord 8 Mocsnic Robbie (1730) - Willem Verrijdt (1835)
Willem was onze tweede invaller van dienst voor deze laatste ronde van het jaar. Gemotiveerd zoals het hoort, ging hij vissen in de troebele waters van het vermaard Benkö-gambiet. Misschien heeft Willem er wel iets te eigenzinnige visies op nagehouden, want de partij gleed gauw af in een Benkö-blunder. Ik heb zelf de opening met zwart een jaartje of twee gespeeld. Wat ik ervan heb onthouden, is dat de positionele compensatie voor de pion verbazend lang kan aanhouden dankzij de betere pionnenstructuur van zwart en de actieve torens. Meestal mag je niet teveel afruilen als je een pion hebt geofferd, maar bij dat gambiet heeft het minder belang, althans wat de lichte stukken betreft. Als er evenwel ook maar iets ingrijpends met de pionnenstructuur (pionnen op h7, g6, f7, e7, d6 en c5) van zwart gebeurt, wel: ge moogt doorgaans inpakken, einde van de vertoning, je staat een pion achter, schluss, dank je dat je bent gekomen. Willem heeft het ergens zo gespeeld dat hij met zijn d6-pion een stuk op e5 terug moest slaan. Dat is hetzelfde als beschonken de poten van de barkruk afzagen terwijl je er zelf op zit. Een schattige poging van Willem om zijn tegenstander vervolgens te verrassen op de koningsvleugel (ge moet toch iets doen dan) liep ook al niet zo goed af. Willem is ermee gestopt voordat zijn tegenstander de geruilde stukken opnieuw uit de doos had gehaald om ze in een nieuw kleedje op het bord te zetten. 

Verslag: Arnaud (wie had u gedacht?)

Reacties (3)

arnaud - 21 december 13.16u.

maar serieus nu, Joris, gij zijt GM tartaar hé! Kom, geef toe, geef toe!!!

Joris - 20 december 15.38u.

Ik vraag me toch nog altijd af hoe tartaar nu precies zijn kroatisch creëert want reverse engineering werkt toch nooit echt goed.

GM Tartaar - 20 december 14.01u.

Hahaha .. Klasa! I Rukovanje žirija ..

Reageren